Decubituspreventie bij mensen met hoge BMI: 30° of 40° zijligging uitgelegd

Decubitus (doorligwonden) blijft een belangrijk aandachtspunt in de zorg. Eén van de meest toegepaste interventies om decubitus te voorkomen is wisselligging, waarbij de 30°-zijligging al jaren de standaard is. Toch zien zorgprofessionals in de praktijk dat deze houding bij bewoners met een hoge BMI niet altijd voldoende effectief is. Steeds vaker wordt daarom gesproken over een 40°-zijligging. Hoe zit dit precies, en wat zeggen de richtlijnen?

Wat zegt de richtlijn over zijligging?

De internationale richtlijnen van de EPUAP (in samenwerking met NPIAP en PPPIA) adviseren de 30° zijligging als voorkeurspositie ter preventie van decubitus. Deze houding is ontwikkeld om de druk op risicoplekken zoals het sacrum en de trochanter major te verminderen.

Waarom 30°?

Voor mensen met een normaal tot licht verhoogd BMI werkt deze houding in veel gevallen goed. Maar bij cliënten met obesitas ontstaan andere uitdagingen.

Waarom werkt 30°-zijligging niet altijd bij een hoge BMI?

Bij mensen met een hoge BMI verandert de biomechanica van het lichaam aanzienlijk. Dit heeft directe gevolgen voor de effectiviteit van positionering.

1. Drukverdeling verloopt anders

Door de grotere hoeveelheid vet- en spierweefsel blijft bij 30°-zijligging vaak alsnog veel druk rusten op de heupregio. In plaats van drukverplaatsing ontstaat juist drukconcentratie ter hoogte van de trochanter.

2. Dieper wegzakken in het matras

Een hoger lichaamsgewicht zorgt ervoor dat de cliënt dieper in het matras zakt. Hierdoor gaat het beoogde effect van de 30°-hoek deels verloren en ligt de cliënt functioneel dichter bij volledige zijligging dan bedoeld.

Praktische check voor zorgverleners

Je kunt dit eenvoudig controleren aan bed:
3. Minder stabiliteit

Cliënten met een hoge BMI rollen bij 30° sneller terug in rugligging. Hierdoor neemt de druk op het sacrum opnieuw toe, vaak zonder dat dit direct wordt opgemerkt.

De 40°-zijligging als praktisch alternatief

Om deze redenen wordt in de praktijk bij mensen met een hoge BMI vaak gekozen voor een 40°-zijligging. Hoewel deze hoek niet letterlijk als norm in de richtlijn staat, sluit zij wél aan bij het kernprincipe van de EPUAP: effectieve drukverlaging staat centraal, niet het exacte aantal graden.

Voordelen van 40° bij hoge BMI

Belangrijk is dat de cliënt hierbij niet volledig op de zij komt te liggen, maar goed ondersteund wordt met positioneringskussens.

Individualiseren is essentieel bij decubituspreventie

De belangrijkste boodschap uit de richtlijn is dat positionering altijd individueel moet worden afgestemd. De 30°-zijligging is geen “heilige norm”, maar een uitgangspunt.

Factoren die altijd meegewogen moeten worden zijn:

Bij onvoldoende drukverlichting is het aanpassen van de hoek, bijvoorbeeld naar 40° , een logische en onderbouwde keuze.

Mijn conclusie?
De 30°-zijligging blijft een bewezen en effectieve interventie ter preventie van decubitus, maar is niet voor iedereen optimaal. Bij mensen met een hoge BMI biedt een 40°-zijligging vaak betere drukverdeling en stabiliteit. Dit is geen afwijking van de richtlijn, maar juist een toepassing ervan in de geest van goede, persoonsgerichte zorg.

Door kritisch te kijken naar het effect van positionering in plaats van alleen naar het getal, kan decubituspreventie aanzienlijk worden verbeterd.

Vragen over deze blog? Wij denken graag met je mee.

Het Belang van Hygiëne bij de Preventie van Decubitus

Stem via deze link
om ons te helpen!

27 juni 2025

Wij zoeken een: "Customer & Service medewerker"