De blarenziekte en decubitus (doorligwonden) lijken op het eerste gezicht twee verschillende aandoeningen. Toch is er een duidelijke relatie tussen deze huidproblemen, vooral bij kwetsbare patiënten. Mensen met een blarenziekte hebben namelijk een verhoogd risico op het ontwikkelen van decubitus. In dit artikel leggen we uit wat beide aandoeningen inhouden, waar de overlap zit en waarom extra aandacht voor preventie en wondzorg essentieel is.
De huid wordt bij een blarenziekte extreem kwetsbaar. Blaren kunnen gemakkelijk openbarsten en veranderen in pijnlijke open wonden. Ook slijmvliezen, zoals de mond, kunnen zijn aangedaan. Dit heeft grote gevolgen voor de huidintegriteit en het herstelvermogen.
- langdurig bedlegerig of rolstoelafhankelijk zijn;
- weinig bewegen;
- een slechte voedingstoestand hebben;
- een kwetsbare of beschadigde huid hebben.
Decubitus varieert van oppervlakkige roodheid tot diepe wonden die tot in spieren of bot kunnen reiken.
- Verminderde huidweerstand: de huid is dun, fragiel en snel beschadigd.
- Open wonden: gebarsten blaren creëren plekken die extra gevoelig zijn voor druk.
- Verminderde mobiliteit: pijn en ziekte kunnen leiden tot minder bewegen, wat het risico op decubitus vergroot.
- Langdurig gebruik van medicatie: zoals corticosteroïden, die de huid dunner maken en wondgenezing vertragen.
- infecties;
- pijn en functieverlies;
- langere hersteltijd;
- ziekenhuisopname.
Daarom is preventie van decubitus een essentieel onderdeel van de zorg bij mensen met een blarenziekte. Dit vraagt om een multidisciplinaire aanpak waarbij artsen, verpleegkundigen en wondzorgspecialisten samenwerken.
- Regelmatig wisselen van houding
- Gebruik van drukverlagende matrassen en kussens
- Voorzichtig omgaan met de huid om wrijving en schuifkrachten te beperken
- Goede huidverzorging en wondzorg
- Voldoende voeding en eiwitinname ter ondersteuning van wondgenezing
- Dagelijkse inspectie van de huid
Artikel geschreven door: Lieke Jalink, wondverpleegkundige en decubitusspecialist.