Verpleegkundige aan het woord

Ik zie u binnen komen lopen.
Samen met uw man.
U kijkt wat angstig rond en ineens blijft u staan.

Ik kom naar u toe en stel mezelf aan jullie voor.
Ik reik u mijn hand,
maar wat u ermee moet?
Dat heeft u niet zo door.

Dagen/weken gaan voorbij. 
Wennen lijkt u nog niet zo te lukken.
U bent ervan overtuigd dat uw man van u af wilt. 
Elke keer als u hieraan denkt, breekt uw hart in duizenden stukken.

Wanhopig proberen wij u te helpen.
U te steunen en onze liefde te geven.
U weigert onze arm om u heen, weigert eten en weigert hulp.
U gaat steeds meer naar de plek waar wij niet bij kunnen komen.
U kruipt steeds meer in uw veilige eenzame schulp.

U geeft aan niet meer te willen leven.
En het bed in uw kamer lijkt de enige plek dat u wat rust lijkt te geven.

Het is pijnlijk om u zo te zien.
Verdrietig, lusteloos en alleen.
Wat verdrietig dat uw geheugen het niet meer doet.
Wat ontzettend erg want niet alleen uw hart, maar ook uw lichaam bloedt.

Geschreven uit het oogpunt van de verpleging. 

Tot de volgende blog, en heb je vragen? Stel ze mij gerust via onze contactpagina.